ONTSTAANSGESCHIEDENIS EN VISIE

ACHTERGROND INFORMATIE

VAN DE STICHTING IRIAN JAYA ZENDING

per medio 2002 

JUDAH + EPHRAIM MINISTRIES 

genoemd.

De Irian Jaya Zending is opgericht vanwege de visie die de Heer op twaalfjarige leeftijd aan een van haar oprichters (Iris Bouwman) heeft gegeven. Die visie is gebaseerd op de tekst: “Dit evangelie van het koninkrijk zal gepredikt worden in de gehele wereld als een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde gekomen zijn.” (Mat. 24:14) De Heer voegde daar aan toe: “Jij zult het einde zien komen en je zult zien dat Israël daar een grote rol in speelt.”

De Stichting is opgericht ter ondersteuning van de visie van de oprichters. Visie is meer bepalend dan besluitvorming van het bestuur. Het bestuur steunt de visie en helpt op praktische en adviserende wijze het doel van de stichting te verwezenlijken. Het doel in het bijzonder is de nog onbereikte gebieden in Irian Jaya te bereiken. Vanaf 1983 zijn de twee oprichters (Iris Bouwman & Janny Holster) naar Irian Jaya uitgezonden. Daar hebben zij in één van de nog 14 onbereikte gebieden van Irian Jaya de Bauzi stam met het evangelie bereikt en een post in het binnenland geopend. Het werk in het binnenland is sinds 1996 overgedragen aan een nationale evangelist.

De oorspronkelijke visie heeft eigenlijk twee onderdelen: de verkondiging van het evangelie en het einde dat volgens Jezus daarmee zal komen. Wat Paulus zegt in de brief aan de Romeinen heeft daarom ook een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van de visie van de Irian Jaya Zending. Voordat “gans Israel” behouden zal worden, zal eerst de volheid der heidenen (=menigte van volkeren) binnengebracht moeten worden. Dit woord volheid slaat niet alleen op een “hoeveelheid” van etnische volkeren, maar ook op hun “rijpheid” (cf. Rom. 10:14-15,17, 20 & 11:11, 25). Behalve de verkondiging van het evangelie in Irian Jaya, opdat ook daar mensen uit elke stam de gelegenheid krijgen tot geloof te kunnen komen, vindt de Irian Jaya Zending het belangrijk dat de gelovigen een bepaalde geestelijke rijpheid kunnen bereiken. De laatste jaren is de bediening daarop in het bijzonder gericht geweest. Mede doordat de Heer zelf sprak en zei:”Bereidt ze voor op Mijn komst. Bereidt ze voor op Mijn glorie.”

Ondanks dat de apostelen bij verscheidene gelegenheden van Jezus de opdracht kregen om het evangelie in de gehele wereld en aan alle natiën te verkondigen, drong het pas later tot hen door dat dit betekende dat ook de heidenen het evangelie moesten horen. Er was een visioen voor nodig om dit aan Petrus te openbaren (cf. Hand. 10:9-16) en een vergadering van de apostelen in Jeruzalem om dit in te zien. Het was Jacobus, die in de woorden van Amos over de vervallen tent van David de vervulling zag voor de verkondiging van het evangelie aan de heidenen (cf. Hand. 15:6-21).

De Irian Jaya Zending is nu op bredere schaal betrokken bij de wederopbouw van de gemeente. De kerk in Irian Jaya is nog erg jong, vooral in het binnenland. Maar ook hier zijn tijden van herstel nodig voor de wederkomst van de Heer. Vanuit een trainingcentrum aan de kust wil de Irian Jaya Zending de Papua’s bewust maken van Gods plan voor hun volk, door openbaring en onderwijs vanuit het woord en hoe zij als volk passen in het plan van God. Specifieke openbaringen, die de Heer hierover gegeven heeft zijn als volgt:

  • Het Papua volk heeft zichzelf altijd gezien als een verworpen en afgewezen volk, dat is nog eens benadrukt door de onderdrukking van de afgelopen 30 jaar onder het Indonesische bewind. Maar zij zijn ook één van de laatste volken, die het evangelie horen. In dat opzicht zijn ze de jongste zoon. De Heer vergeleek hun geboorte met de geboorte van Benjamin. Bij zijn geboorte stierf z’n moeder Rachel en voordat ze haar laatste adem uitblies zei ze dat de naam van haar pasgeboren zoon Ben-Oni zou zijn. Ben-Oni betekent zoon van lijden en verdriet. De Heer liet zien dat het Papua volk zichzelf lang gezien heeft als een volk van lijden en verdriet. Maar net zoals Jacob, de vader van Benjamin, zei dat z’n naam niet Ben-Oni zou zijn, maar Benjamin, zegt de Heer ook nu tegen het Papua volk dat hun naam Benjamin is. Benjamin betekent zoon van mijn rechterhand (cf. Gen. 35:16-18). De rechterhand van God is Zijn zegende hand. En zo heeft de Heer gesproken dat Hij als Vader Zijn rechterhand over dit volk uitstrekt in deze tijd. De Irian Jaya Zending vertegenwoordigt die hand van God. Een hand heeft vijf vingers. Paulus spreekt over de vijfvoudige bediening van apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren (Ef. 4:11). Deze zijn gegeven voor de “toerusting” (katartismos) van de heiligen voor het werk van de bediening tot “opbouw” (oikodome) van de gemeente.
  • Irian Jaya, recentelijk Papua genoemd, is een provincie van Indonesië en deel van een groot eiland, waarvan de oostelijke helft de onafhankelijke staat Papua Nieuw Guinea is. Sinds de politieke reformatie in Indonesië is begonnen in 1998, is het verlangen naar onafhankelijkheid of autonomie sterk toegenomen. Onder de christelijke bevolking van Irian Jaya heerst grote bezorgdheid dat Indonesië een Islamitische staat zal worden. De bevolking van Irian Jaya bestaat uit: oorspronkelijke bewoners, (ongeveer 600 verschillenden stammen, die elk hun eigen taal spreken), transmigranten (Indonesiërs van andere eilanden, waaronder veel moslims) en “kinderen van Irian” (autochtone, niet Irianese bevolking). Materieel en geestelijk is er een grote kloof tussen deze bevolkingsgroepen, wat tot spanningen en soms gevechten geleid heeft. Niet ver van Wamena, de enige stad in het binnenland, is een Islamitisch centrum gebouwd met hulp vanuit het Midden Oosten. Het is de bedoeling om vanuit dit centrum geheel Irian te islamiseren. Voor dit doel zijn er “zendelingen” uit Saudi Arabië gekomen. Zij worden vaak gezien in de straten van Wamena, waar zij hun “gebedswandelingen” maken. Dit is één van de redenen dat de Irian Jaya Zending een basis wil opzetten in Wamena. De Heer heeft laten zien dat dit als het ware “het hart” van Irian Jaya is. En dit hart is verwond. Diensten van verzoening zijn nodig om herstel en genezing te brengen aan het Papua volk. De Irian Jaya Zending voelt zich geroepen om de niet Papua bevolking aan te moedigen de Papua’s in hun armen te sluiten en te bidden voor hun genezing en herstel.

Aan het eind van het afgelopen millenium zijn de oprichters door de Heer naar Israël gestuurd om Hem te zoeken over het “afmaken” van de grote opdracht. Buiten persoonlijk woorden maakte de Heer hen duidelijk dat er een omkeer zal plaatsvinden in zending. Het evangelie is oorsponkelijk vanuit Jeruzalem tot aan de uiteinden der aarde verkondigd. De tijd is aangebroken dat we in zending onze ogen opnieuw gaan richten op Jeruzalem. Als teken dat de volheid der heidenen bijna is binnengebracht, zien we dat de bedekking die over het Joodse volk was gekomen, weggenomen wordt. Gelovige Joden en gelovigen uit de volkeren komen dichter naar elkaar toe. Judah (de overgebleven Joden) en Ephraim (de gelovigen uit de volkeren ) zullen verenigd worden tot “gans” Israël. Vandaar de naamsverandering van de Irian Jaya Zending in Judah + Ephraim Ministries. Ondanks de enorme afstanden is er een connectie ontstaan tussen de bediening aan de uiteinden der aarde (Papoea) en de bediening in Israël. Er wordt verwacht dat deze connectie zich nog verder zal ontwikkelen.

SAMENWERKING MET ANDEREN

Zowel in het thuisland als in het land van uitzending wordt samengewerkt met gemeenten en groepen van verschillende denominaties. In Papoea maakte het team deel uit van een nationale stichting: Yayasan Amal Kasih. Dit is een interkerkelijke organisatie, geregistreerd bij het departement van sociale zaken. De voorzitter van deze stichting was tevens de sponsor voor de medewerkers van J+EM (Judah + Ephraim Ministries). Er zijn ook relaties ontwikkeld met het ICZC (International Christian Zionist Center) in Jeruzalem en er was een  plan om een Commando Centrum van het Koninkrijk van God in Nederland op te zetten, die de situatie in Israël serieus neemt.

ACHTERGROND INFORMATIE OVER HET LAND VAN UITZENDING

Het volk van de Papoea’s geraakte in grote opwinding toen er politieke veranderingen optraden in Indonesië. Het verlangen naar onafhankelijkheid leefde opnieuw op. Dit verlangen om als vrije mensen deel uit te maken van de grote wereldgemeenschap begon al te leven toen de eerste zendelingen naar het toenmalige Nieuw Guinea kwamen. Ze begonnen deel uit te maken van een nieuwe geestelijke wereld, en werden vrij van angst en vrees voor kwade machten door het leren kennen van Jezus Christus, de Zoon van God en Overwinaar en Verlosser. Er ontstond ook een nieuwe samenleving, waarin ze leerden omgaan met nieuw regels en wetten.

De inval van de Japanners in 1942 was een soort maatschappelijke aardbeving.Vaststaande verhoudingen gingen ondersteboven. Een nieuwe schrik bracht de bevrijding die begon op 22 april 1944: kampongs liepen leeg om het wonder te zien dat blanke EN ZWARTE Amerikanen het strand opstormden, trucks, tanks en bulldozers bestuurden en in enkele weken tijd was er een hele stad verrezen, met asfaltwegen, electriciteit, vliegvelden waarop dagelijks honderden vliegtuigen opstegen en landden……. EN ZWARTE KROESKOPPEN zaten achter het stuur, even gemakkelijk en ontspannen als hun blanke collega’s. Een diep verlangen welde in al die duizenden Papoea’s op na jaren van discriminatie door bruine handelaren, guru’s en ambtenaren: “We hoeven dus geen PAPOEA BODOH (domme papoea) te zijn! Kijk maar naar die negers!         

Nederland, eerst nog straatarm vanwege de verwoestingen van de oorlog in Europa,  begon Nieuw Guinea te ontwikkelen richting zelfstandigheid: economisch, maatschappelijk, politiek. Op 5 april 1961 kwam voor het eerst de democratisch gekozen Nieuw Guinea‑raad bijeen die o.a. tot taak had om binnen een jaar de aspiraties van het Papua volk naar boven te brengen en een plan voor de toekomst uit te stippelen. Koningin Juliana sprak de Raad (via een opgenomen toespraak) toe en gaf daarin Nieuw Guinea en de Papua’s de vrijheid om hun eigen toekomst te bepalen.

Op 1 december 1961 werd door de Raad de naam voor het land gekozen: West‑Papua, de vlag met ster en strepen, het volkslied Hai Tanahku Papua, en het wapen met de kroonduif. De weg naar de VRIJHEID lag duidelijk open.

Toen begon de Indonesische politieke machine pas goed te werken. Australië, Indonesië en Nederland spanden samen over de toekomst van het grondstofrijke West Papua. Uit een bevolking van 800.000 zielen selecteerde Indonesië 1025 Papua’s die mochten deelnemen aan een onder auspiciën van de VN te realiseren beschikkingsproces, de zogeheten Act of Free Choice (Akte van Vrije Keuze). Volgens Indonesië waren de namen van de geselecteerde West‑Papua’s naar boven gekomen door middel van raadpleging, de zgn. musyawara. De stemming over de toekomst van West Irian, inmiddels zo genoemd, zou van 14 juli tot 4 augustus in acht regio’s plaatsvinden. Maar door de Papua’s was aangedrongen op een referendum, waarbij iedere inwoner zou kunnen antwoorden op de vraag of hij wel of niet wenste dat de provincie bij Indonesië bleef. Men wist dat het heel moeilijk zou zijn om voldoende Papua’s te vinden, die bereid waren als “kiesmannen” voor de Indonesiërs op te treden. Behalve dat deze geselecteerde “kiesmannen” beïnvloed werden door het geven van geschenken, feesten, amusement, medische hulp e.d., werden ze ook met grof geweld bedreigd. De als deelnemers gekozen West‑Papua’s werden in een kamp gestopt en door militaire officieren geïndoctrineerd. Er heeft dus geen vrije keuze door de bevolking plaatsgevonden. Ondanks dat er gerapporteerd werd aan de VN dat de rechten van vrije meningsuiting, vrijheid van beweging en vrijheid van vergadering in West Irian niet in achtgenomen waren, nam de VN aan dat de bevolking er de voorkeur aan gegeven had bij Indonesië te blijven.

West Irian werd Irian Jaya en daarmee raakten de Papua’s hun vrijheid kwijt. Toch is het Papoea volk zijn vrijheid niet echt kwijt. Want de ECHTE vrijheid zit in het hart. En die vrijheid kwam al op 5 februari 1855 toen twee eenvoudige mannen, Ottow en Geissler, het Papoea land opeisten voor Koning Jezus. Dat deden ze niet met duikboten of ander wapentuig, maar op hun knieën door hardop uit te spreken: Wij betreden dit land in de Naam van God. En ze hebben er vast bijgezegd: en in de Naam van Zijn Zoon Jezus en in de Naam van de Heilige Geest! Daarmee begon het Rijk van de slavendrijver Satan te scheuren en af te brokkelen en het ECHTE Koninkrijk van VRIJHEID en VREDE begon baan te breken. Nu kennen veel mensen in Nieuw Guinea, zowel Oost als West, God de Vader en Zijn Zoon de Bevrijder Jezus Christus en de grote Helper, de Heilige Geest.

In deze tijd is er wijsheid van God nodig. Wat is goed voor het Papoeavolk? Verschillende mensen werpen zich op als leiders en zeggen dat ze door God aangesteld zijn om dit of dat te doen: vlag hijsen, vrijheid bij plaatselijke politie eisen of allerlei verklaringen rondsturen. Vrouwen, ook van predikanten, krijgen “gezichten en boodschappen van de Heer” over de spoedige onafhankelijkheid van Papua.

Men beseft niet dat het land meteen zou ineenstorten als de “pendatangs” (Indonesiërs van andere eilanden) zouden verdwijnen. Want Papua’s die de electriciteitsvoorziening kunnen runnen of de telecommunicatie, de luchtvaart, kortom de hele moderne infrastuctuur, zijn er niet. Eigenlijk zijn de Papua’s alleen hulp‑krachten geweest. Daarom is het nodig dat de Papua’s ten tijde van deze politieke onrust geestelijk en praktisch goed begeleid worden.

MEDEWERKERS EN HUN FUNKTIES

De bediening van de J+EM in Papua werd gecoördineerd vanuit een plaats vlakbij Jayapura, de hoofdstad van Papoea. In deze plaats werd het trainingcentrum “Kartartismos” opgericht en de woongelegenheid van het team dat uitgezonden werd naar Papoea. In het gebouw is tevens het secretariaat van de Indonesische sponsor, waarmee de stichting samenwerkte. Victor en zijn vrouw Kezia Jacobus zijn hier nog steeds werkzaam.

UITWERKING VAN DE VISIE

Creëren van een basis voor de bediening, vanwaaruit uizending plaatsvond naar andere delen van Papoea (e.v. andere delen van de wereld) 
De basis bestond uit:

KATARTISMOS                 Is de naam, die we gegeven werd aan het bedieningscentrum. Want dat betekent toerusting (cf. Ef. 4:11) En het is een plaats waar toerusting plaats vindt vanuit aanbidding een een diepe persoonlijke relatie met God.

OIKODOME                       Betekent “opbouw”, maar is ook een gebouw. Er is een gebouw nodig waarin we jonge mensen kunnen onderbrengen om hen verder op te bouwen voor het werk van de bediening. (cf. Ef. 4:11)

BEOOGDE DOELGROEP

De eerste doelgroep zijn jonge mensen, soms nog kinderen, omdat de Heer een bijzonder werk van opwekking onder hen begonnen is en wij ons verantwoordelijk voelen voor hun begeleiding. (Zie documentatie materiaal hierover van programma makers Jenny Nabers en Alma de Vries van de EO.) Tevens geloven we dat God jonge mensen wil inzetten in de bediening.

Onder jonge mensen en kinderen zijn er velen met seksuele problemen, door misbruik op dit gebied en gebrek aan voorlichting. Voor deze groep zijn al speciale seminars en diensten van gebed gehouden. Door gebrek aan geschikte ruimte hiervoor hebben we dat niet op regelmatige wijze en op grotere schaal voort kunnen zetten.

Buiten deze gespecialiseerde doelgroepen wilde het team op twee wijzen de volwassenen bereiken. Door middel van:

  1. Een profetische bediening van onderwijs voor gelovigen met een verlangen de geheimenissen van Gods woord te begrijpen. De plaatselijke gemeente en zelfs een bijbelschool voorziet daar in Irian Jaya niet in. Er is een groep gelovigen die verlangt dieper te gaan in hun leven met de Heer en die ook graag gebruikt willen worden door de Heer. Deze groep willen we graag toerusten, zodat ze in hun eigen gemeente gebruikt kunnen worden of uitgezonden kunnen worden naar de nog onbereikte gebieden in Papua.
  2. Een pastorale bediening voor mensen met huwelijks- en /of gezinsproblemen, gebondenheden en verslavingen.

Deze doelgroepen kunnen gedeeltelijk bereikt worden door naar het bedieningscentrum te komen. Maar de meesten moeten door door het team bereikt worden en terplaatse onderwezen worden. Sommigen kunnen we naar het centrum brengen en als daar ruimte voor is, tijdelijk onderbrengen.

De andere doelgroepen zijn gedeeltelijk bereikte en onbereikte dorpen en gebieden in Papoea, die bereikt kunnen worden door mensen, die training en toerusting hebben ontvangen. Het is onze ervaring dat een theoretische opleiding gepaard moet gaan met intensieve discipleschap en persoonlijke begeleiding om uit te groeien tot een vruchtbare bediening.

Reacties zijn gesloten.